De vloek van Poseidon, bijzonder zomerverhaal

Foto:

Joke de Meyer is een talentvolle schrijfster.   Om te vieren dat het de komende dagen zomerweer blijft dit mooie verhaal van haar

De Meyer   ´En hier het zomerverhaal “De vloek van Poseidon”, geschreven in 1991 na mijn reis naar Griekenland! Kali mèra en fijne vakantie allen!

DE VLOEK VAN POSEIDON/1

“Pericles besloot op het hoogste punt van de Akropolisrots een nieuwe tempel te laten oprichten ter ere van Athena Parthenos. Het moest gedurende de eeuwen doorschijnen als een symbool van de Griekse overwinning op de Perzen en als een dankbetuiging ten overstaan van hun beschermgodin voor de vrijheid die ze de Grieken garandeerde.”
Karen laat de tekst in het kleurrijk geïllustreerde documentatieboekje een tijdje voor wat hij is en overschouwt eerbiedig het prachtige Parthenon, dat zich tussen de andere eeuwenoude monumenten uitstrekt als een triomferende leeuw in de jungle. De ochtend is nog maar enkele uren jong en de verzengende hitte, die in deze zomermaanden Athene in de ban houdt, laat zich gelukkig nog niet voelen. Het openluchtmuseum is nog paar sinds een paar minuten geopend en Karen profiteert van de rust en de dragelijke temperaturen. De meeste toeristen komen pas naar deze trekpleister van Athene rond tien uur. De lucht is helderblauw en er is nergens een witte hemelwachter te bespeuren.

Het is overal stil, maar ideaal voor een relaxerende wandelaar. Karen baant zich nog wat slaperig een weg langs het zanderige wandelpad. Ze verbergt haar vermoeide ogen achter een grote, zwarte zonnebril, draagt een blauwe short met erbij passend mouwloos topje en slentert verder op enkele, weinig elegante maar wel praktische teenslippers. Af en toe bergt ze een wispelturige haarlok terug op in de gekunstelde dot. Ze wrijft over haar reeds bruin getinte voorhoofd en voelt reeds een eerste zweetdruppel, of is het nog een verdwaald overblijfsel van haar kattenwasje in de hotelkamer deze morgen? Ze grinnikt, door het zich willen haasten kan ze soms nogal slordig te werk gaan en het was nog te vroeg voor het ontbijt, dus niemand heeft haar stunteligheid opgemerkt. Wel stelt ze tot haar ontzetting maar tegelijk hilariteit vast dat de zomerschuitjes niet dezelfde kleur hebben. Gelukkig keren de schakeringen terug in haar lichte zomerse handtas die aan haar rechterschouder bengelt, zucht ze. Even later neemt de verstrooide verkenner met haar smartphone een zijdelingse foto van de tempel. Nadien draait ze zich om en staart even bewonderend in de diepte. De hele stad Athene biedt een schitterend panorama vanop deze hoogte van honderdzesenvijftig meter. Een echt kunstminnend oog wordt op zijn wenken bediend: er is het theater van Dionysus in marmer, de stoa van Eumenes en het Odeum van Zeus Polios. Karen wil wat terug afdalen, docht hoort plots een ijselijke schreeuw. In een automatische reflex neemt ze haar bril van haar neus en staart verbaasd rond.
Een grijsharige zestiger, van gemiddelde grote en licht corpulent, komt in paniek en hijgend naar haar toe gelopen. Hij is getooid in een wit kostuum en draagt lederen laarzen. Zijn aangezicht is lijkbleek en hij wuift gespannen met zijn eveneens blank ogende hoed, een chic hoofddeksel als bescherming tegen de zonnestralen of een klassiek modeattribuut voor een oudere heer met standing.

Bijna buiten adem en verward roept hij in gebrekkig Engels (hier vertaald in het Nederlands): “Help! Ik kan niet…er is iemand…iemand die me wil vermoorden!” Zijn ogen zijn wijd opengesperd en even lijkt hij zelfs een gaaf gelaat te hebben voor zijn leeftijd. Zou angst een heilzame werking hebben op de huid, een beter en minder ingrijpend middel dan botox? Maar dit is slechts tijdelijk. Zodra hij even kalmeert, valt alles terug in zijn plooi. Het bruin getaande aangezicht en de exotische uitstraling laten geen twijfel toe: het gaat hier om een rasechte Griek. Hij zet zijn hoed terug op zijn bezwete hoofd en is blij dat hij iemand is tegengekomen in dit op dit tijdstip nog weinig bevolkte gebied. Als je alleen op die hoogte ronddwaalt tussen dit tijdloze ornament, straalt de hele omgeving wel iets akeligs uit.

Karen slaagt erin de van zijn melk gebrachte senior tot bedaren te brengen. Ze vloekt tegelijkertijd inwendig, dat het om een ouder individu gaat, ze had liever een Griekse adonis bijgestaan met haar nuchtere maag. En de weg van Jackie Kennedy opgaan met haar rijke reder Onassis als een ‘win for life’, die kelk laat ze liever aan zich voorbijgaan. Zeker als ze de transpirerende bejaarde snob voor zich ziet staan. Wat een idee om zich zo uit te dossen bij deze hittegolf. Ze merkt zijn golvend buikje op onder het lichtroze hemd en vraagt zich af of de bekende spreuk waar is, dat er onder een afdak het beste materiaal hangt. Met enige afschuw en tegelijk jolijt bergt ze deze ondeugende gedachten snel op om zich te focussen op de schijnbare ernst van de situatie.
Ze richt zich vragend tot de bizarre verschijning. Een dergelijke ontmoeting had ze niet ingepland toen ze vroeg vertrok deze ochtend. Er is bijna geen kat te zien en nu zit ze met een kater, weliswaar op leeftijd maar corpulent genoeg om haar aan te moedigen de fitnessruimte te verkiezen boven een lekker bordje croissants.

“Rustig toch, dit is niet goed voor uw hart en zeker met deze hitte. U bent totaal van streek? Wie bent u en wat is er gebeurd?” Karen haalt haar beste ‘humaniora-Engels’ terug vanonder het stof (hier vertaald in het Nederlands) en wacht nieuwsgierig zijn relaas af, terwijl ze met enige argwaan de nabije streek verkent met haar arendsblik. Er is niet dadelijk enig spoor van een achtervolger of dergelijke te bespeuren.
De bejaarde man neemt zijn zakdoek vast en snuit nogal luidruchtig zijn volumineuze Helleense reukorgaan. Hij ploft uitgeput neer op een rotsblok en kijkt haar spichtig aan vanop zijn primitieve zitplaats.

Hij begint stotterend door alteratie aan zijn vertelling: “Het….het…was aan het…..het….Erechteion. Ik…ik…kom…kom hier….hier…iedere week, bijna rond….rond hetzelfde tijdstip. Dit is mijn….mijn favoriete plaats….plaats….om tot bezinning…..te…te komen. Ik bewonderde….net de Cariatieden en…voelde plots….plots….een snijdende draad rond mijn keel…..mijn keel….gesnoerd worden….ik kon bijna niet meer….ademen….ademen…iemand wilde….me….wurgen!”

De oude man begint te kuchen en wrijft over zijn verrimpelde keelzone. Karen merkt duidelijk de ingetekende sporen op van een stevige draad en moedigt hem aan om verder te spreken. Ze houdt ondertussen de nabije omgeving verder in het oog, mocht er iemand verdacht naderen.

“Maar dat is vreselijk. En wie was uw aanrander? U bent kunnen ontsnappen? En waar is deze belager nu?” Karen wil weten hoe de vork precies aan de steel zit. En dan begint haar maag te grollen. Ze zou nu toch haar lusten willen botvieren op het uitgebreide ontbijtbuffet, dat vanaf acht uur staat uitgestald in de riante hotellounge. Tientallen soorten broodjes, een hele resem aan beleg en misschien wel een hard gekookt eitje, dit alles doet haar watertanden. Maar best dan eerst veranderen van outfit en zeker van belachelijk niet met elkaar corresponderend schoeisel.

“Ik kon tijdig reageren…het deed pijn en….ik ben gelukkig nog redelijk kwiek voor mijn leeftijd en zeker als men mijn luchtwegen willen toesnoeren….ik heb mijn onbekende aanvaller een harde stomp gegeven met mijn beide ellebogen. Deze verloor hierdoor blijkbaar het evenwicht en ik zette het op een lopen zonder nog verder om te kijken…overleven was mijn enige drijfveer.” De eigenaardige grijsaard geeft nu zijn ervaringen zonder veel stamelen weer. Hij lijkt er terug bovenop te komen. Of is het de invloed van de ravissante Karen die hem sensueel weet te prikkelen?

Karen knikt, heeft haar bedenkingen bij het bizarre verhaal, maar kan ook de duidelijke aanwijsbare striemen ter hoogte van de halsstreek niet verloochenen. Gaat het hier om een excentriekeling, in delirium verkerend door de warmtegloed en aan waanvoorstellingen lijdend, of is er echt iets misdadig aan de hand? Hij heeft trouwens zelf nog niet zijn naam meegedeeld en zit nu puffend voor zich uit te staren op het rotsblok. Plots springt ze rechtop. Er zijn naderende voetstappen, duidelijk hoorbaar op dit hoogste punt van Athene…zijn de goden van de Olympos neergedaald om enige menselijke ‘hubris’ te straffen?

 

Het vervolg komt binnenkort op deze website

Reacties